Inhoud van de presentatie

- Anamnese/ onderdelen van een anamnese

- Lichamelijk onderzoek

- Inspectie

- Percussie

- Auscultatie

- Palpatie

- Inwendig onderzoek

- Aanvullend onderzoek

- Beeldvormend onderzoek

- Functieonderzoeken

- Diagnose; differentiële diagnose; behandelplan

- Verwijzen naar de specialist

Anamnese

Anamnese = gesprek wat de arts met de patiënt voert en de vragen die aan de orde komen.


Auto- anamnese = alle onderdelen van de anamnese worden door de patiënt zelf verteld.


Hetero- anamnese = familie, verzorgers of omstanders voorzien de arts van de benodigde gegevens.

Onderdelen van een anamnese

- persoonlijke gegevens

- speciële anamnese

- algemene anamnese

- sociale anamnese

- voorgeschiedenis

- intoxicaties

Lichamelijk onderzoek

Lichamelijk onderzoek is nodig om aanwijzingen voor het bestaan van een ziekte te vinden.


Bij lichamelijk onderzoek wordt gebruik gemaakt van ogen, oren en tastzintuigen.


Het lichamelijk onderzoek bestaat uit:

- inspectie

- auscultatie

- palpatie

- toucheren

Inspectie

Inspectie:

Kijken naar zichtbare afwijkingen.

De arts observeert:

- het gedrag van de patiënt.

- het bewustzijn

- de houding

- manier van praten

- manier van bewegen

- opvallende kleurveranderingen

- anatomische afwijkingen

- mager of dik?

- past het uiterlijk bij de leeftijd

Percussie

Percussie:

Het bekloppen van de patiënt.

Auscultatie

Auscultatie:

Beluisteren met de stethoscoop.

Palpatie

Palpatie:

Het lichaam betasten om afwijkingen vast te stellen.

De arts voelt met twee handen om voelbare afwijkingen op het spoor te komen.

Hij let op de grootte en vorm van verschillende onderdelen van het lichaam.

Inwendig onderzoek

Vaginaal toucher:

Inwendig onderzoek via de schede.

Rectaal toucher:

Inwendig onderzoek via de anus.

Aanvullend onderzoek

Bloedonderzoek

Urineonderzoek

Ontlasting

Sputum

Cellen en weefsels

Laboratoriumonderzoek:

- hematologisch onderzoek

- klinisch- chemisch onderzoek

- microbiologisch onderzoek

- pathologisch- anatomisch onderzoek.

Beeldvormend onderzoek

Met beeldvormend onderzoek wordt er zonder te snijden in het lichaam gekeken.

Voorbeelden:

- Röntgenonderzoek

- Scintigrafie

- Echografie

- Doppleronderzoek

- MRI

- Endoscopie

Functieonderzoeken
Functieonderzoeken zijn onderzoeken waarbij het lichaamsdeel belast wordt en men de aard van de stoornis kan vaststellen.

Voorbeelden:

- Spirometrie (longfunctie)

- ECG (hartfilmpje)

- EEG (elektro- encefalografie)

- EMG (elektromyografie)

- Urodynamisch onderzoek

- CTG (cardiotocografie)

Diagnose; differentiële diagnose; behandelplan

Diagnose:

Een conclusie die een arts heeft na de uitkomsten van alle onderzoeken.

Differentiële diagnose:

De arts heeft het vermoeden van een aantal ziektebeelden.

Uit de eerste onderzoeken is geen duidelijk beeld gekomen.

Behandelplan:

Dit kan opgesteld worden als de diagnose bekend is.

Verwijzen naar de specialist

Een specialist is een arts die na zijn artsenexamen in een bepaald vakgebied verder is gaan studeren.

Create a presentation like this one
Share it on social medias
Share it on your own
Share it on social medias
Share it on your own

How to export your presentation

Please use Google Chrome to obtain the best export results.


How to export your presentation

New presentation

by ntinnemans

39 views

Public - 7/13/16, 8:16 AM