Thema 9 Huid

Inhoud van de presentatie

Hoofdstuk 24 Bouw en functie van de huid.

- Functies van de huid

- Bouw van de huid (opperhuid, lederhuid,

- Doorbloeding van de huid

Hoofdstuk 25 Temperatuurregulatie door de huid.

- Lichaamstemperatuur

- Warmteproductie en warmteoverdracht

- Regulatie

Hoofdstuk 24 Bouw en functie van de huid

Vijf belangrijke functies van de huid zijn:

- bescherming

- handhaving van de lichaamstemperatuur

- uitscheiding

- waarneming

- aanmaak vitamine D

Bescherming

Bescherming:

- tegen schadelijke invloeden vanuit de buitenwereld.

- tegen warmteverlies uit het lichaam zelf.


Zonder huid lopen inwendige organen en structuren gevaar.

Die gevaren zijn:

- mechanische krachten

- chemische invloeden

- binnendringen van ziekteverwekkende micro- organismen

- te veel ultraviolette straling

- uitdroging


Handhaving van de lichaamstemperatuur


De huid en het onderhuidse bindweefsel vormen een warmte- isolerende laag.


Temperatuur te hoog?

Huid zorgt voor afkoeling --> toename doorbloeding en zweetproductie.


Temperatuur te laag?

Doorbloeding is minder en minder uitscheiding van zweet.


Uitscheiding

Via de huid worden water en bepaalde zouten uitgescheiden.

Waarneming

Huidzintuigencellen worden geprikkeld als de huid met iets in contact komt.


Huidzintuigcellen zijn gevoelig voor:

- warmte

- koude

- pijn

- trilling

- druk

Aanmaak vitamine D

Door de huid wordt een voorstadium van vitamine D gemaakt.

Dit wordt door de lever omgezet in vitamine D.

Bouw van de huid
Opperhuid

Bestaat uit:

Meerlagig plaveiselepitheel


Functie:

Weerstand bieden aan mechanische, biologische en chemische invloeden van buitenaf.


Bestaat uit 5 lagen:

- Kiemlaag (Stratum germinativum)

- Stekelcellenlaag (Stratum spinosum)

- Korrellaag (Stratum granulosum)

- Heldere laag (Stratum lucidum)

- Hoornlaag (Stratum corneum)

Kiemlaag (stratum germinativum)

- Diepst gelegen opperhuidlaag.

- Cellen in deze laag zitten diep verankerd in de basaalmembraan.

- Veel stamcellen in de kiemlaag die nieuwe opperhuidcellen blijven vormen en deze cellen schuiven naar de oppervlakte van de opperhuid toe.

- Bevat ook veel melanocyten (pigmentcellen) die melanine vormen.

- Kiemlaag vormt inhammen in de lederhuid. De lederhuid stulpt uit in de kiemlaag (dermispapillen/ papillae corii)

Stekelcellenlaag (stratum spinosum)

- Nieuwe opperhuidcellen uit de kiemlaag komen terecht in de stekelcellenlaag.

- Aan deze laag ontleent de huid veel stevigheid.

- Cellen in deze laag hebben uitlopers (stekels) waarmee ze verbinding maken met naburige cellen.

Korrellaag (stratum granulosum)

- Bestaat uit cellen die zich vanaf de stekelcellenlaag hebben verplaatst.

- De cellen beginnen grote hoeveelheden hoornstof (keratine) te maken. Hierdoor zien ze er korrelig uit.


Hoornstof --> hard en waterbestendig eiwit.

Heldere laag (stratum lucidum)

- Cellen zijn vrijwel plat en zitten vol met hoornstof.

- Cellen zijn bezig af te sterven.

Hoornlaag

- Bovenste laag van de opperhuid (epidermis).

- Hoornlaag bestaat uit 15 tot 20 lagen platte en dode cellen vol hoornstof.

- Afgestorven cellen vormen een schilferige laag.

- De schilferige laag slijt door mechanische invloeden.

- Huidschilfers laten na verloop van tijd los.

Eelt --> verdikking van de hoornlaag op plaatsen waar de huid regelmatig wrijving ondervindt.


Huidlijsten --> geribbelde opperhuid in regelmatige lijnenpatronen.

Huidskleur

Huidskleur wordt bepaald door de hoeveelheid melanine in de opperhuid.


Melanine wordt gemaakt door pigmentcellen in de kiemlaag.


Iemand met een donkere huidskleur heeft veel melanine in de stekelcellenlaag.


Activiteit van de pigmentcellen wordt gestimuleerd door UV- straling in zonlicht. Je wordt bruin doordat er meer melanine wordt gevormd.


Het bruin worden is een beschermende functie.

UV- straling is goed voor je lichaam, de vorming van vitamine D wordt bevorderd.


Moedervlek (naevus maternus)--> plaatselijke opeenhoping van pigmentcellen die veel melanine produceren.


Sproeten (efeliden)--> zijn het gevolg van ophoping van melanine.


Lederhuid (dermis)

Lederhuid:

- Bestaat voornamelijk uit bindweefsel.

- Er bevinden zich zenuwen, lymfevaten en bloedvaten.

- Veel zintuigcellen.


Twee lagen in de lederhuid:

- Reticulaire laag

- Papillaire laag

Reticulaire laag (stratum reticulare)

- Kenmerkt zich door het hoge gehalte aan collagene vezels. (rekbaarheid en veerkracht van de huid)

- Collagene vezels zijn gerangschikt in een vrij regelmatig netwerk (reticulum) van langgerekte ruitjes.

- De regelmatige structuur bepaalt de splijtrichting van de huid.

- De splijtrichting van de huid verschilt van plaats tot plaats. Je spreekt van splijtlijnen.


Papillaire laag (stratum papillaire)

- Veel dermispapillen die in de opperhuid uitsteken.

- Dermispapillen bevatten bloedvaten en zenuwen.

- Bindweefsel in de papillaire laag bevat veel fijne collagene en elastische vezels.

Onderhuids bindweefsel (subcutis)

- Deze laag hoor eigenlijk niet bij de huid.

- De huid is met deze laag verbonden.

- Het bestaat uit losmazig bindweefsel, waardoor de huid goed verschuifbaar is.

- Er bevinden zich bloedvaten en lymfevaten, zenuwen en huidzintuigcellen.

- Op sommige plekken bevat dit deel veel vetcellen --> onderhuids vetweefsel.


Functie onderhuids vetweefsel:

- warmte- isolator

- reservevoorraad brandstof

- stootkussen


Bijzondere huidstructuren

- Haren

- Nagels

- Talgklieren

- Zweetklieren

- Borstklieren

Haren

Haren --> Liggen voor een groot deel in de lederhuid en het onderhuidse bindweefsel.

Haarwortel --> weggezonken deel van de haar.

Haarschacht --> zichtbare gedeelte wat boven de huid uitsteekt.

Haarzakje (haarfollikel) --> hierin wordt het haar gevormd.

Haarbulbus --> de bodem van het haarzakje.

Haarpapil --> uitbolling aan de onderkant van de haarbulbus.

Haarspier (musculus erector pilorum) --> deze zorgt ervoor dat je haar rechtop kan gaan staan (kippenvel)

Functie haren

Haren hebben een belangrijke zintuigfunctie.

Nagels

Nagelbed --> hieraan zit de nagel grotendeels vast.

Nagelwal --> zijkanten en basis van de nagel.

Nagelriempje --> plooitje aan de basis van de nagelwal.

Nagelwortel (nagelmatrix) --> vanuit hier groeit de nagel.

Lunula --> witgekleurd half maantje (deel van de nagelwortel wat zichtbaar is)

Functies nagels:

bescherming van de toppen van de vingers en tenen

Vergroten en verfijnen de grijpfunctie van de vingers.

Talgklieren

- Trosvormige klier.

- Wordt gevormd in de opperhuid.

- Produceert talg.

- Mondt uit in het haarzakje.

- Talg houdt huid en haren vet en soepel en gaat uitdroging tegen.

- Beschermt tegen het binnendringen van micro- organismen.

Zweetklieren

- Worden door de opperhuid gevormd.

- Sterk gekronkelde, buisvormige klier van een lagig epitheel met eromheen een dun laagje glad spierweefsel.

- Ze produceren per etmaal ongeveer 0.75 liter vocht.

- Het uitscheiden van zweet heet transpireren.

- Zweet bestaat uit 99% water. De rest bestaat uit opgeloste zouten en bepaalde zuren.

- In de uitwendige gehoorgang zitten gespecialiseerde zweetklieren.

Borstklieren

Mannen en vrouwen hebben borstklieren.

Deze ontwikkelen zich bij vrouwen samen met omringend bindweefsel tot borsten (mammae)


Een borst bestaat uit een klein gedeelte klierweefsel en een groot gedeelte uit onderhuids bindweefsel en vetweefsel.


Vetweefsel bepaald de grootte van de borsten.

Bindweefsel bepaald de stevigheid.


Melkklieren --> tijdens zwangerschap ontwikkelen borstklieren zich tot melkklieren.


Tepel (papilla mammae)--> wordt omgeven door tepelhof.

Doorbloeding van de huid

In de opperhuid zitten geen bloedvaten.

Voedingsstoffen en zuurstof worden vanuit de lederhuid en het onderhuids bindweefsel aangeleverd.


Op drie niveaus zijn er dichte vaatnetwerken.

- Het subpapillaire vaatnetwerk --> ligt in de lederhuid, dicht tegen opperhuid aan.

- Het cutane vaatnetwerk --> middelste vaatnetwerk op de grens tussen lederhuid en onderhuids bindweefsel.

- Het faciale vaatnetwerk --> diepst gelegen

Het subpapillaire vaatnetwerk --> ligt in de lederhuid, dicht tegen opperhuid aan.

Het cutane vaatnetwerk --> middelste vaatnetwerk op de grens tussen lederhuid en onderhuids bindweefsel.

Het faciale vaatnetwerk --> diepst gelegen. Ligt tussen het onderhuidse bindweefsel en de onderliggende weefsels.


Anastomose --> verbindend bloedvat.

Hoofdstuk 25 Temperatuurregulatie door de huid

Gemiddelde lichaamstemperatuur van de mens is 37 graden.

Bij deze temperatuur werken enzymen en andere eiwitten het beste.

Bij een hogere temperatuur werken ze minder goed. Dit is ongunstig voor de stofwisseling.

Lichaamstemperatuur
Warmteproductie en warmteoverdracht

Hoe hoger de activiteit van de celstofwisseling, des te meer warmte komt er vrij.


In de lever zijn de cellen dag en nacht actief. Het is het kacheltje van het lichaam.


Bloed voert warmte af naar de rest van het lichaam --> gunstig voor de handhaving van de schiltemperatuur en beschermt de lever en andere inwendige organen tegen oververhitting.

De huid is uitgebreid doorbloed. Hierdoor kan er via de huid veel warmte worden afgegeven.


Anastomosen tussen de drie vaatnetwerken kunnen vernauwen of verwijden. Zo kan er meer of minder bloed naar het meest oppervlakkige vaatnetwerk stromen.

Bij warmteoverdracht spelen 4 mechanismen een rol:

- Warmte- uitstraling

- Warmtegeleiding

- Verdamping

- Luchtstroming

Regulatie

Twee situaties waarin het nodig is om de afgifte van warmte nauwkeurig te reguleren:

- Verandering van lichaamstemperatuur

- Verandering van omgevingstemperatuur


Hersenen spelen een belangrijke rol, want hier zitten temperatuursensoren.

Lederhuid --> zintuigcellen --> geprikkeld bij stijging of daling omgevingstemperatuur --> vanuit hersenen impulsen naar subpapillaire vaatnetwerk --> bloedvatverwijding/ bloedvatvernauwing

Moet er veel warmte afgevoerd worden? Dan gebeurt het volgende:

- Bloedvatverwijding.

- Huid wordt rood.

- Grotere zweetproductie.

- Meer warmte-uitstraling en verdamping van zweet.

- je raakt warmte kwijt.

Moet er minder warmte afgevoerd worden? Dan gebeurt het volgende:

- bloeddoorstroom door de subpapillaire vaten wordt kleiner of even gestopt.

- Huid ziet bleek.

- Hersenen sturen signalen naar haarspieren.

- Grotere activiteit skeletspieren.

- Rillen en klappertanden.

- Neiging tot willekeurige spieractiviteit.

Create a presentation like this one
Share it on social medias
Share it on your own
Share it on social medias
Share it on your own

How to export your presentation

Please use Google Chrome to obtain the best export results.


How to export your presentation

New presentation

by ntinnemans

40 views

Public - 7/25/16, 8:55 AM